Bredevoort B095: verschil tussen versies

Uit Heerlijkheid Bredevoort
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
 
(5 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 2: Regel 2:
==Vermeldingen==
==Vermeldingen==
* 14 september 1801: Peindinge door juffr. Maria Geertruid Evers voor haar zelve en namens haar zuster Jacoba Evers contra desselver zuster Hermanna Evers ehevrouw van J.L. Tequer, op en aan haar quota in een huis en wheere daaragter gehoorende hof in Bredevoort naast de huisen van [[Fekkenhuis (voorste deel)|Mozes Benjamin]] en [[Jan Gijsbers huis|W. Raben]].
* 14 september 1801: Peindinge door juffr. Maria Geertruid Evers voor haar zelve en namens haar zuster Jacoba Evers contra desselver zuster Hermanna Evers ehevrouw van J.L. Tequer, op en aan haar quota in een huis en wheere daaragter gehoorende hof in Bredevoort naast de huisen van [[Fekkenhuis (voorste deel)|Mozes Benjamin]] en [[Jan Gijsbers huis|W. Raben]].
* 5 maart 1802: Opdragt van een huis schuure en wheere, daaragter geleegen hof met den daartoe behoorenden uitgang van agteren tussen de huijzen van [[Wander Luiten huis|Wander Luiten]] en Jan te Stroete, kennelijk staande en gelegen, in de stad Bredevoort tussen de huijzen van [[Jan Gijsbers huis|Willem Raben]] en [[Fekkenhuis (voorste deel)|Moses Benjamin]], door Johannes Eldervelt X Maria Geertruid Evers, Jacoba Evers, Aleida Hermanna Evers en Hendrika Petronella Evers, den nog Jan Casper Roelvink, voor hem zelven en meede voor zijne broeders en zuster Jan Anthonij, Adolph en Elisabeth Maria Theodora Roelvink en eindelijk A.G. Gunningh als volmagtiger van L.H. Abbing X Isabella Maria Roelvink mede voor haaren minderjarigen zuster Elena Roelvink voort als volmagtiger van Willem Jacob Roelvink, aan Joseph ter Baak X Johanna Maria van der Welle.
* 5 maart 1802: Opdragt van een huis schuure en wheere, daaragter geleegen hof met den daartoe behoorenden uitgang van agteren tussen de huijzen van [[Wander Luiten huis|Wander Luiten]] en [[Bredevoort B085|Jan te Stroete]], kennelijk staande en gelegen, in de stad Bredevoort tussen de huijzen van [[Jan Gijsbers huis|Willem Raben]] en [[Fekkenhuis (voorste deel)|Moses Benjamin]], door Johannes Eldervelt X Maria Geertruid Evers, Jacoba Evers, Aleida Hermanna Evers en Hendrika Petronella Evers, den nog Jan Casper Roelvink, voor hem zelven en meede voor zijne broeders en zuster Jan Anthonij, Adolph en Elisabeth Maria Theodora Roelvink en eindelijk A.G. Gunningh als volmagtiger van L.H. Abbing X Isabella Maria Roelvink mede voor haaren minderjarigen zuster Elena Roelvink voort als volmagtiger van Willem Jacob Roelvink, aan Joseph ter Baak X Johanna Maria van der Welle.
* 13 maart 1804: Peindinge door Lambertus Wamelink te [[Aalten]] contra J. ter Baak en Maria van der Wel te [[Winterswijk|Wenterswijk]] o.a. op en aan een huijs en wheere staande en gelegen naast [[Bredevoort B097|het huijs van de joodsche koopman Moses Benjamin]] zooals gepeindetens hetzelve van de erven van wijlen Doctor Evers hebben aangekocht.
* 13 maart 1804: Peindinge door Lambertus Wamelink te [[Aalten]] contra J. ter Baak en Maria van der Wel te [[Winterswijk|Wenterswijk]] o.a. op en aan een huijs en wheere staande en gelegen naast [[Bredevoort B097|het huijs van de joodsche koopman Moses Benjamin]] zooals gepeindetens hetzelve van de erven van wijlen Doctor Evers hebben aangekocht.
* 21 maart 1804: Peindinge door Gerhard Hasebroeck als volmr. Mr. P. Haesebroeck als erfuiter van wijlen Johan Haesebroeck in leven ontvanger generaal van 't hooge district des quartiers van Zutphen, contra Joseph ter Baak en zijn ehevrouw, op en aan bovengenoemd huis.
* 7 mei 1804: Inmissie en apprehensie van possessie en biedingen van de eerste, tweede en derde ruijmingen door mr. T.G. Plegher als volmachtiger van de ontvanger generaal van het Laage district des quartiers van Zutphen B.H.H. de Roij contra Joseph ten Baak te [[Winterswijk]] in en van o.a. een huis en where naast dat van [[Bredevoort B097|Moses Benjamin]].
* 8 september 1804: Distractie ter instantie van Mr. T.G. Plegher als gevolmachtigde van de ontvanger generaal P.H. de Roij o.a. van een huijs en wheere naast het huis van de jode koopman [[Bredevoort B097|Moses Benjamin]] aan Johannes Rathmer te [[Winterswijk|Wenterswijk]] voor Hendrica Petronella Evers toestendig geweest aan Joseph ter Baak en vrouw te [[Winterswijk|Wenterswijk]].
* 8 september 1804: Protest tegen de distractie.
* 8 september 1804: Reces van de distractie.
==Bronnen==
==Bronnen==
* 14 september 1801: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166
* 14 september 1801: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166
* 5 maart 1802: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166v
* 5 maart 1802: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166v
* 13 maart 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 15
* 13 maart 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 15
* 21 maart 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 15v
* 7 mei 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 20
* 8 september 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 22
[[Categorie:Gebouw in Bredevoort]]
[[Categorie:Gebouw in Bredevoort]]

Huidige versie van 24 dec 2006 17:05

Bredevoort kadastraal nummer B 95.

Vermeldingen

  • 14 september 1801: Peindinge door juffr. Maria Geertruid Evers voor haar zelve en namens haar zuster Jacoba Evers contra desselver zuster Hermanna Evers ehevrouw van J.L. Tequer, op en aan haar quota in een huis en wheere daaragter gehoorende hof in Bredevoort naast de huisen van Mozes Benjamin en W. Raben.
  • 5 maart 1802: Opdragt van een huis schuure en wheere, daaragter geleegen hof met den daartoe behoorenden uitgang van agteren tussen de huijzen van Wander Luiten en Jan te Stroete, kennelijk staande en gelegen, in de stad Bredevoort tussen de huijzen van Willem Raben en Moses Benjamin, door Johannes Eldervelt X Maria Geertruid Evers, Jacoba Evers, Aleida Hermanna Evers en Hendrika Petronella Evers, den nog Jan Casper Roelvink, voor hem zelven en meede voor zijne broeders en zuster Jan Anthonij, Adolph en Elisabeth Maria Theodora Roelvink en eindelijk A.G. Gunningh als volmagtiger van L.H. Abbing X Isabella Maria Roelvink mede voor haaren minderjarigen zuster Elena Roelvink voort als volmagtiger van Willem Jacob Roelvink, aan Joseph ter Baak X Johanna Maria van der Welle.
  • 13 maart 1804: Peindinge door Lambertus Wamelink te Aalten contra J. ter Baak en Maria van der Wel te Wenterswijk o.a. op en aan een huijs en wheere staande en gelegen naast het huijs van de joodsche koopman Moses Benjamin zooals gepeindetens hetzelve van de erven van wijlen Doctor Evers hebben aangekocht.
  • 21 maart 1804: Peindinge door Gerhard Hasebroeck als volmr. Mr. P. Haesebroeck als erfuiter van wijlen Johan Haesebroeck in leven ontvanger generaal van 't hooge district des quartiers van Zutphen, contra Joseph ter Baak en zijn ehevrouw, op en aan bovengenoemd huis.
  • 7 mei 1804: Inmissie en apprehensie van possessie en biedingen van de eerste, tweede en derde ruijmingen door mr. T.G. Plegher als volmachtiger van de ontvanger generaal van het Laage district des quartiers van Zutphen B.H.H. de Roij contra Joseph ten Baak te Winterswijk in en van o.a. een huis en where naast dat van Moses Benjamin.
  • 8 september 1804: Distractie ter instantie van Mr. T.G. Plegher als gevolmachtigde van de ontvanger generaal P.H. de Roij o.a. van een huijs en wheere naast het huis van de jode koopman Moses Benjamin aan Johannes Rathmer te Wenterswijk voor Hendrica Petronella Evers toestendig geweest aan Joseph ter Baak en vrouw te Wenterswijk.
  • 8 september 1804: Protest tegen de distractie.
  • 8 september 1804: Reces van de distractie.

Bronnen

  • 14 september 1801: ORA Bvt inv.nr. 463 fol. 166
  • 5 maart 1802: ORA Bvt inv.nr. 463 fol. 166v
  • 13 maart 1804: ORA Bvt inv.nr. 464 fol. 15
  • 21 maart 1804: ORA Bvt inv.nr. 464 fol. 15v
  • 7 mei 1804: ORA Bvt inv.nr. 464 fol. 20
  • 8 september 1804: ORA Bvt inv.nr. 464 fol. 22