Bredevoort B095: verschil tussen versies

Uit Heerlijkheid Bredevoort
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 4: Regel 4:
* 5 maart 1802: Opdragt van een huis schuure en wheere, daaragter geleegen hof met den daartoe behoorenden uitgang van agteren tussen de huijzen van [[Wander Luiten huis|Wander Luiten]] en Jan te Stroete, kennelijk staande en gelegen, in de stad Bredevoort tussen de huijzen van [[Jan Gijsbers huis|Willem Raben]] en [[Fekkenhuis (voorste deel)|Moses Benjamin]], door Johannes Eldervelt X Maria Geertruid Evers, Jacoba Evers, Aleida Hermanna Evers en Hendrika Petronella Evers, den nog Jan Casper Roelvink, voor hem zelven en meede voor zijne broeders en zuster Jan Anthonij, Adolph en Elisabeth Maria Theodora Roelvink en eindelijk A.G. Gunningh als volmagtiger van L.H. Abbing X Isabella Maria Roelvink mede voor haaren minderjarigen zuster Elena Roelvink voort als volmagtiger van Willem Jacob Roelvink, aan Joseph ter Baak X Johanna Maria van der Welle.
* 5 maart 1802: Opdragt van een huis schuure en wheere, daaragter geleegen hof met den daartoe behoorenden uitgang van agteren tussen de huijzen van [[Wander Luiten huis|Wander Luiten]] en Jan te Stroete, kennelijk staande en gelegen, in de stad Bredevoort tussen de huijzen van [[Jan Gijsbers huis|Willem Raben]] en [[Fekkenhuis (voorste deel)|Moses Benjamin]], door Johannes Eldervelt X Maria Geertruid Evers, Jacoba Evers, Aleida Hermanna Evers en Hendrika Petronella Evers, den nog Jan Casper Roelvink, voor hem zelven en meede voor zijne broeders en zuster Jan Anthonij, Adolph en Elisabeth Maria Theodora Roelvink en eindelijk A.G. Gunningh als volmagtiger van L.H. Abbing X Isabella Maria Roelvink mede voor haaren minderjarigen zuster Elena Roelvink voort als volmagtiger van Willem Jacob Roelvink, aan Joseph ter Baak X Johanna Maria van der Welle.
* 13 maart 1804: Peindinge door Lambertus Wamelink te [[Aalten]] contra J. ter Baak en Maria van der Wel te [[Winterswijk|Wenterswijk]] o.a. op en aan een huijs en wheere staande en gelegen naast [[Bredevoort B097|het huijs van de joodsche koopman Moses Benjamin]] zooals gepeindetens hetzelve van de erven van wijlen Doctor Evers hebben aangekocht.
* 13 maart 1804: Peindinge door Lambertus Wamelink te [[Aalten]] contra J. ter Baak en Maria van der Wel te [[Winterswijk|Wenterswijk]] o.a. op en aan een huijs en wheere staande en gelegen naast [[Bredevoort B097|het huijs van de joodsche koopman Moses Benjamin]] zooals gepeindetens hetzelve van de erven van wijlen Doctor Evers hebben aangekocht.
* 21 maart 1804: Peindinge door Gerhard Hasebroeck als volmr. Mr. P. Haesebroeck als erfuiter van wijlen Johan Haesebroeck in leven ontvanger generaal van 't hooge district des quartiers van Zutphen, contra Joseph ter Baak en zijn ehevrouw, op en aan bovengenoemd huis.
==Bronnen==
==Bronnen==
* 14 september 1801: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166
* 14 september 1801: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166
* 5 maart 1802: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166v
* 5 maart 1802: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 463 fol. 166v
* 13 maart 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 15
* 13 maart 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 15
* 21 maart 1804: [[Oud Rechterlijk Archief Bredevoort|ORA Bvt]] inv.nr. 464 fol. 15v
[[Categorie:Gebouw in Bredevoort]]
[[Categorie:Gebouw in Bredevoort]]

Versie van 23 dec 2006 22:05

Bredevoort kadastraal nummer B 95.

Vermeldingen

  • 14 september 1801: Peindinge door juffr. Maria Geertruid Evers voor haar zelve en namens haar zuster Jacoba Evers contra desselver zuster Hermanna Evers ehevrouw van J.L. Tequer, op en aan haar quota in een huis en wheere daaragter gehoorende hof in Bredevoort naast de huisen van Mozes Benjamin en W. Raben.
  • 5 maart 1802: Opdragt van een huis schuure en wheere, daaragter geleegen hof met den daartoe behoorenden uitgang van agteren tussen de huijzen van Wander Luiten en Jan te Stroete, kennelijk staande en gelegen, in de stad Bredevoort tussen de huijzen van Willem Raben en Moses Benjamin, door Johannes Eldervelt X Maria Geertruid Evers, Jacoba Evers, Aleida Hermanna Evers en Hendrika Petronella Evers, den nog Jan Casper Roelvink, voor hem zelven en meede voor zijne broeders en zuster Jan Anthonij, Adolph en Elisabeth Maria Theodora Roelvink en eindelijk A.G. Gunningh als volmagtiger van L.H. Abbing X Isabella Maria Roelvink mede voor haaren minderjarigen zuster Elena Roelvink voort als volmagtiger van Willem Jacob Roelvink, aan Joseph ter Baak X Johanna Maria van der Welle.
  • 13 maart 1804: Peindinge door Lambertus Wamelink te Aalten contra J. ter Baak en Maria van der Wel te Wenterswijk o.a. op en aan een huijs en wheere staande en gelegen naast het huijs van de joodsche koopman Moses Benjamin zooals gepeindetens hetzelve van de erven van wijlen Doctor Evers hebben aangekocht.
  • 21 maart 1804: Peindinge door Gerhard Hasebroeck als volmr. Mr. P. Haesebroeck als erfuiter van wijlen Johan Haesebroeck in leven ontvanger generaal van 't hooge district des quartiers van Zutphen, contra Joseph ter Baak en zijn ehevrouw, op en aan bovengenoemd huis.

Bronnen

  • 14 september 1801: ORA Bvt inv.nr. 463 fol. 166
  • 5 maart 1802: ORA Bvt inv.nr. 463 fol. 166v
  • 13 maart 1804: ORA Bvt inv.nr. 464 fol. 15
  • 21 maart 1804: ORA Bvt inv.nr. 464 fol. 15v