Bredevoort B099
Bredevoort kadastraal nummer B 99 was het huis van de vroegere gouverneur Wolf Mislich die het heeft nagelaten aan de armen van Bredevoort.
Vermeldingen
- 1 mei 1637: Erschenen der Ernvest und Furnehmer Johan van Hagen Rentmeister der Giestlicker goeder, in nahmen und als Volmechtiger der Heeren Gedeputeerden der Graeffschafft Zutphen waervan hij die Volmacht gexhibiert, mit Versoeck dieselve den Protocolle woortlicken t' inserieren, Luijdende gemelte Volmacht woortlicken wie volgt: Wij Gedeputierden vanden Graeffschafft Zutphen doen te weten, also het huijs binnen Bredevoort dat die zal. Prior Jan van Vorden voor sijn eijgen penningen eertijts hadde gecofft enden van sijn affsterven op seker conditie aen ons was gekomen, nu t' enenmaell is geruiniert, oock ten deell alrede neergestort, ende die reste op stutten geset, So is dat wij tot voorcominge van meerder schade, bij zijn deliberatie goet gevonden hebben t' vornoemde huijs mette Schuijr, hoff ende toebehorende gerechticheit, so dat selvige binnen Bredevoort in sijne bepalinge is gelegen, te Vercopen voor een somma van Sevenhondert gulden, tot 20 stuiver t' stuck, anden Commandeur ende Capitain Wolff Misslick, sonderlinge ten ansien sijn L. verclaert deselve behuijsinge /: na datse opgetimmert sall sijn :/ na sijn averlijden anden Armen binnen Bredevoort te willen vermaeken, Ende hebben crafft deses geauthorisiert enden Volmacht gegeven den Rentmeister Johan van Hagen, om naer ontfanck der penningen het voornoemde vercoffte parceell voor den Gerichte der Stadt Bredev oort te cedieren ende optedragen aen gedachten Commandeur ende Capitein, oock so nodich het Erve enden goet ter Haer tott eene gerechte Wahre te stellen. Aldus gedaen onder des Graeffschaffts Segell binnen Zutphen den 22. April 1637 und was mit der Graeffschaffts Zutphen Segell versegelt und onderteickent. Ter ordonnantie der Heren Gedeputierden vornoemd, Paul Sels. Und bekande dienvolgents Volmechtiger in Krafft gemelter Volmacht und ten fine daerin verhaelt, voer eene welbetaelte Summa der Volmacht inseriert, rechtens steden ewigen und onwederroeplicken Koops avergelaten unnd verkofft te hebben Welgemelte Commandeur enden Capitein Wolff Misslich gemelte Behuijsinge sampt Hoff und Schuijre binnen Bredevoort, mit eener sijdt naest Francisci Moselagen grondt, mitter ander langs Lubbert Mekes, Geerdt Roessincks und Werner Raesfeldt behuijsingen in hare bepalonge gelegen, mit eenen ende tegen Tilman ten Hagens behuijsonge, mitte anderen an des Heeren Wall schietende, Mitt derselven olde und nije toebehoer und gerechticheit, Deses gecediert und uthgegaen, daerop mit hant, halm und monde vertegen, wahrschap, ferner und beter Verschrijvongh und Vestniss gelaefft nae Landtrechte, Bij veronderpandongh des Erffs und goedes die Haer inden Kerspell Aelten, buerschap ... (niet ingevuld) gelegen, Sonder exception und argelist.
- 22 juli 1681: Jan Weninck als provisor van de armengoederen van wijlen Wolff Mislich heeft bij tijd en wijlen van zal. predicant Verschagen voor verponding en reparatie van het huis geld geleend, voor een totaalbedrag van 250 gulden.
- 4 januari 1777: Opdragt van een huis, schuure, where en daaragter liggend hofjen, de behuizinge van de heer Gouverneur Wolff Mislich genaamd door de heer luitenant colonel Zeno Lambert Satink aan Geesken Dierkink.
- 4 oktober 1802: Opdragt van een huis schuur en wehre met een daar agter gelegen hof staande binnen Bredevoort bij den hof van 't Ampthuis zijnde genaamd de behuizing van den gouverneur Wolf Mislich, door Gezina Dierkink wed. Jan Willem Deunk aan Jacobus Nijenhuis en Gerard Joseph Boland te zamen in compagnie.
- 8 oktober 1804: Opdragt door Gerard Joseph Boland te Boeckholt aan Jacobus Nijenhuis mede te Boeckholt van de halfscheid van het huijs schuure en wheere en daar agtergeleegen Hof staande en geleegen in de Stad Bredevoord bij den Hof van het Ampthuis, en voorm. als de behuizinge van den Heer Gouverneur Wolf Mislich genaamd.
Eigenaren
- Voor 1 mei 1637: prior Jan van Vorden.
- Vanaf 1 mei 1637: Gouverneur Wolff Misslich.
- Tot 16 oktober 1800: Jan Willem Duenk.
- Van 16 oktober 1800 tot 8 oktober 1804: helft eigendom van Gerard Joseph Boland, andere helft van Jacobus Nijenhuis. Zij hebben het huis aangekocht 'tot een fabrijk'.
- Vanaf 8 oktober 1804: Jacobus Nijenhuis.