Casper Stomp huis
Casper Stomp huis lag te Bredevoort.
Ligging
29 juni 1621:
- Achterhuijsken tusschen haer principaell huijs und der pantkoperen huijs
- mit conditie dat pandkoperen dat ende nae Wussincks sijdt, tot an den venderslach unt gebruick holden.
13 april 1624:
- Tusschen frouw Menekincks und Wussincks behuijsong gelegen.
4 maart 1628:
- Behuijsung und kleine huijsken daarachter
- Op St. Anthonij Vicarienstede
- tusschen Tilman ten Hagen und Wussincks huijsen gelegen
- voor ande strate
- achter an Lubbert huijs und grond schietende.
15 februari 1634:
- die Sijdt Camer sijner behuijsong ter sijden na Tilmans ten Hage huijss.
30 mei 1640:
- tusschen Tilman ten Hagen und Lubbert Brussen huijsen gelegen.
11 november 1642:
- naest Lubbert Brussen huijs gelegen.
Eigenaren
- Op 29 juni 1621: Johan ten Berge X Esselken (onderpand).
- Vanaf 29 juni 1621: Lubbert Brussen X Aelken (pandhouder).
- 13 mei 1624: Johan ten Berge X Esselken (onderpand).
- Tot 4 maart 1628: Caspar Stomp vendrich X Barber Hoet.
- Vanaf 4 maart 1628: Johan ten Berge X Esselken.
- Op 15 februari 1634: Johan ten Berge X Elske (kamer onderpand).
- Op 30 mei 1640: Johan ten Berge X Essele (onderpand).
- OP 11 november 1642: Johan ten Berge X Essele Grievinck.
- Tot 29 oktober 1650: Essell ten Berge (waarschijnlijk)
- Vanaf 29 oktober 1650: Claes Radijs X Agnes Verschage (waarschijnlijk)
Vermeldingen
- Ongedateerd (circa 1615?): Overzicht van bezittingen van de Sint Anthonij vicarie meldt een huijsstede binnen Bredeforth tussen Gerrit Mennekincks beijde huijsteden gelegen schietende achter ahn Lubbert Brussen huijs waer van t huijs inde verovering verbrant und die stede verwuestet.
- 15 februari 1634: In de marge: A 1641 den 18. Januarij is dese verschrijvongh gecassiert und nije verschrijvongh van t’Achtentich daler anden Armen voer vier daler rente verschreven. Ergo hier Vacat.
Erschenen Johan ten Berge, Elske eheluijde, die bekanden voer sich und haren erven voer eene walbetaelte Somma geldes rechter Jaerlixer Pension avergelaten und verkofft te hebben an Tilman ten Hage und Herman Krabbenborch als ter tiijt Provisoren und in behueff der Armen tot Bredevoort und haren successoren, Vijfftenhalven daler, den daler ad dertich stuver, den stuver tot Vijfftien placken gerekent, Jaerlix op Petri Cathedra viertien dage daernae onverhaelt und op Petri Cathedra A 1635 eerst thoe verschijnen. Stellende daervoer t'onderpande hare behuijsong binnen und goorden voer Bredevoort gelegen, in specie die Sijdt Camer sijner behuijsong ter sijden na Tilmans ten Hage huijss, om dieselve van den Provisoren verhuert und die here Jaerlicx daervan ontfangen te worden, mit conditiee, wat die Camer Jaerlicx meer als Vijfftenhalven daler ter huer doen werde, Rentverkopere genieten, und wat so min doen werde, daerbij te leggen sullen, alles op peen van pendong nae Landtrechte.. Deses gecediert und uthgegaen, daerop mit hant und monde vertegen, wahrschap und vestniss gelaefft nae Landtrechte. Die Loese een Vierdell Jaers toe voren te verkunden voerbeholden, und demnae op Petri Cathedra, viertien dage voer oder nae, mitte Somma van Vijffundsoeventich daler obgemelter geweerden, te loesen. Alles bij peene van pendung als vorschreven, Sonder exception und argelist.
- 30 mei 1640: Erschenen Johan ten Berge Essele eheluijde, die bekanden voor sich und haren erven, voor eene walbetaelte summa geldes onderbenent rechter jaerlixer pension avergelaten und verkofft te hebben ahn Henrick Lobeck Naele eheluiden und haren erven, sess daler, den daller ad dertich Stuijver, den Stuijver tott vijfftijn placken gerekent, jaerlix op Meij Philipi ende Jacobi und op Meij 1641 eerst toe verschijnen, stellende daervoer t’ onderpande haer huijss binnen Bredevoort tusschen Tilman ten Hagen und Lubbert Brussen huijsen gelegen, voorts alle hare goederen, om sich daeran gemelter pension, sampt hoofftsum, Kosten und schaden mit pendongh nae Landtrechte te verhalen. Die Loese een Vierendeell Jaers te voren te verkundigen voorbeholden und demnae op Philippi & Jacobi viertijn dagen daernae onverhaelt, mitte summa van hondert daller obgemelter geweerden te loesen. Alles bij pœne van pendongh als voorschreven.. Sonder exception und argelist.
- 18 januari 1641: Erschenen Johan ten Berge Essele die bekanden voor sich und haren erven rechter jaerlixer pension avergelaten und verkofft te hebben ahn Henrick Mentinck und Peter Cloeck als tijtlicke Provisoren der Armen und in behoeff der Armen van Bredevoort Vier dall. jaerlix op H.Driekoningen und op Driekoningen 1642 eerst toe verschijnen, stellende daervoer t’ onderpande sijne opkamer boven den Kelder, om bij missbetalinge gemelter jaerlixer Rente dieselve te mogen verhuijren ende wat die huijr Jaerlix van die Kamer meer als vorss. vier dall. Rente uhtbrengen werde, Comparant te restitueren, sunsten alle rente van die huijr der vorgemelte Kamer jaerlic? Inteholden. Die Loese een Vierendeell Jaers tevoren te verkundigen voerbeholden und demnae jaerlix op H.Driekoningen viertijn dagen daernae onverhaelt mitte summa van Tachtentich daller te loesen. Alles bij peen van pendongh nae Landtrechte. Sonder exception und argelist.
- 11 november 1642: Erschenen Johan ten Berge Essele Grievinck eheluide, die bekanden voor sich und haren erven, opgenohmen ende ontfangen te hebben van Herman Jonckman ende Margareta Meijers eheluiden, die Summa van Anderhalffhondert daler, den dall. tott dertich stuiver. Gelaeffden dieselven over drie Jaeren nemptlick op Allerheiligen Anno 1645, edoch viertijn dagen daernae onverhaelt, gewisslick und onfeilbaer te betalen und daervan alle Jaer tott drie Jaeren toe op Allerheiligen voor Interesse onfeilbaer te betalen ende t’erleggen Acht dall. twintich str., stellende daervoor t’ onderpande haer huijs binnen Bredevoort naest Lubbert Brussen huijs gelegen, namentlick t’gene Herman Jonckman tegenwordich in huijr ende gebruijck hefft, daervan sich Jonckman, Huijsfrouwe ende Erven in vall van missbetalinge nae omganck der drie vorschreven Jaren bij pœne van reale ende parate excutie als off t’selve mit allen rechten daervoor ingewonnen ende uhtgesleten wehre, sall mogen verhalen. Oock mit sulcken expressen voorbeholdt ende bedingh, dat in vall Jan ten Berge, sijn huijsfrow offt Erven, gemelte huijs binne gemelte tijtt der drie Jaeren erfflick verkopen wilden, dat alssdan gemelter Herman Jonckman, huijsfrow offt Erven, daertoe die naeste sijn sullen mits daervoor doende ende betalende watt een ander daervoor doen ende erleggen. Alles sonder exception ende argelist.
- Waarschijnlijk: 29 oktober 1650:
Erschenen Essell ten Berge, ten overstaen van Peter Cloeck ende Henrick Mentinck, als Mumbaren harer Essell voorss. die bekande mit authoriteit harer Mumbaren voorgemelt voor eene walbetaelde – ende tott vuldoeninge harer schulden angewendet – Summa geldes, rechtes steden ewigen und onwederroeplicken erffkoops avergelaten und verkofft te hebben an Meister Claes Radijs Agnes Verschage eheluijden und haeren erven, haer huijs und toebehoerige getimmer daerachter binnen Bredevoort. (niet verder vermeld)[1]
Bronnen
- Ongedateerd (circa 1615): Nationaal Archief, Nassause Domeinen, inv.nr. 2280 ongefolieerd (nr. 13)
- 29 juni 1621: ORA Bvt inv.nr. 394 fol. 46v
- 13 mei 1624: ORA Bvt inv.nr. 397 folo. 23v, 24
- 4 maart 1628: ORA Bvt inv.nr. 401 fol. 15, 15v
- 15 februari 1634: ORA Bvt inv.nr. 407 fol. 8, 8v
- 30 mei 1640: ORA Bvt inv.nr. 411 fol. 73
- 18 januari 1641: ORA Bvt inv.nr. 412 fol. 7v
- 11 november 1642: ORA Bvt inv.nr. 413 fol. 27v, 28
- ^ ORA Bvt, inv.nr. 417 fol. 42v