1646 - Ontploffing van de kruittoren

Uit Heerlijkheid Bredevoort
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Op 12 juli 1646 gebeurde er in Bredevoort een ramp: de kruittoren ontplofte. Op zondagmiddag sloeg de bliksem in de kruittoren van het kasteel. Het kasteel en diverse omliggende woningen werden met de grond gelijk gemaakt.

Verslag

Kerkenraadsnotulen

Anno 1646. Den 12 july, wesende op Sonnendach namiddach, omtrent tusschen drije ende vier uren, heeft God de Heere dese stad met een harde straffe bezocht. Want door eenen vreeslikken blijxem ende crachtigen donderslach is den Bussecruyttoren op 't casteel staande, in welcken waren 320 tonnen pulver, in brand geraeckt, ende gantsch uit den grond op ende wech gevlogen, soo seer dat oick het Ampthuijs daardoor is ommegeworpen, daer onder doot blijvende de heer Drost ende Gouverneur Wilhelm van Haersolte met sijne huis¬vrouwe de Drostinne genaamt jr. Catrijne van Brakel, ende acht van haere kinderen, daer beneven noch een van haere nichten genaamt Jr. Berentjen van Brakel. Item Joh. v. Langen, Lieutenant van Georg Ernst Graeff van Bronkhorst, oick nog een Franse Matresse, genaamt Janna Adam van Sedan. Twee Ammen, een knecht ende een veemaagt met een oude vrouwe genaamt Maria Glaser, maeckende t' samen achttien mensen in 't getal, behalven de schildwacht staande beneden op de plaets neffens de trappe, genaemt Hendrick Otterpoëll, zijnde t' samen de dooden op 't Casteel en Ampthuis gebleven 19 in 't getal.

Hier en boven is oick geen geringen schade de stadt geschiet, so aan huijsen, als aan menschen ende sijn alle de huijsen in de stadt (weynich uitgesondert) geruyneert van pannendack ende glasen, waaronder oick veele 't eenenmael zijn ingeslagen ende nedergestort, voornamelick die omtrent en de tegenover het casteel stonden onder dewelcke oick verscheiden menschen zijn doot gebleven: als 't huis van Jan Stennikens waaronder gebleven is sijn huisvrouwe Marijken van der Halle ende Derck Frix vendrich onder de comp. van cap. Coenders ende Harmen ter Mate achter datselve huis, behalven de gewonden.

Item 't huijs van overleeden Frans Moselagen, Voogt tot Wentersijck waeronder dootgeslagen Janne Berninck, wed. van voorsz. Voogt met haer suster Christina Berninck, weduwe van wijlen N. Bronkhorst, richter tot Haexbergen ende een dienstmaegt; 't Huijs van Berent Grimme, waarin doot gebleven sijn vrouwe met vier kinderen; 't huys van Casper Evers, waer onder gebleven drij menschen, als met namen Arent Hamaecker, een kint van Berent Maes ende een kint van Hermen Broekman; onder 't huys van Derrick ter Woeste Wildschut zijn gebleven drij van sijn kinderen. Noch is doot gebleven een soldaat onder cap. Coenders genaemt Gerrit Janssen van Almelo uit Twente, ende Jan Schulten uyt het Kerspel van Wenterswijck. Wat de dooden aengaet onder het Ampthuijs gebleven, zijn die selve met grooten arbeyt met schuppen ende Houwelen tot op den derden dach onder den last van steenen weeder opgegraven, ende ten voorschijn gebracht zijnde ingedragen in 'thuys van de weduwe des zal. predikants D. J. Verschagen.

Ende is de H. Droste met d'vrouwe Drostinne neffens hare acht kinderen ende Nichte van de Vrinden van Zwolle, Utrecht ende Schans de Voorn op naestvolgenden Donderdach, zijnde den 16 July voormiddachs uyt het huys van voorn. weduwe Verschagen in aller modestie uitgedragen ende tot elff in 't getal bij malcanderen ter aarde besteet ; ende op het Choor van de Kercke begraven. Ende sijn de dooden alle, so onder het Ampthuys op 't Casteel, als oock onder ende in de huysen in de stadt gebleven sijn 't samen gereeckent bevonden tot in de 40 menschen.

Bron: Hauer: Bredevoort can ick vergeten niet.

Oud Rechterlijk Archief

Den 12. Julij op Sondagh des naemiddaegs omtrent 4 Uhren is door een Donder ende blixem, den kruijttoorn opt Ampthuis Bredevoort seer schreckelicken gesprongen, waerdoor die Heere Drost Willem van Haersolte mitt die Drostin ende hare kinderen, sampt alle die opt huijs wahren, miserabelicken doodt gebleven.

Bron: ORA Bvt inv.nr. 415 fol. 24v

Slachtoffers

In totaal waren er ruim 40 mensen omgekomen, waarvan 18 op het kasteel.

Dit zijn alle slachtoffers waar de namen van bekend zijn. Mogelijk is ook Stoffel Stoffels, de vader van Hendrickje Stoffels bij deze ramp om het leven gekomen aangezien hij rond 1646 overleden moet zijn.

Schade

Dat ook de kerk beschadigd is geraakt blijkt uit een brief van de kerkmeesters aan het hof van Gelderland van 3/13 september 1647. Het hof van Gelderland heeft de kerk een glas geschonken 'die welcke grotelicks beschadight is geweest, door den pulverslach'. Het gaat om 'het grootste glas in onse kercke, en staat boven an op het coor'. Zij hebben met de glazenmaker afgesproken dat dit voor 76 gulden gerepareerd kan worden en vragen het hof nu om geld.

Bron: Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv.nr. 2303 ongefolieerd (foto 112).

7 oktober 1650: De burgers van Bredevoort verzoeken 'ten opzichte van haren geleden schade met het ruijneren van hare huijsen door den droevigen Polverslag in julio 1646 aldaer geschiet eenige jaaren vrijheijts in t stuck van de verpondinge'. Het verzoek wordt afgewezen 'edoch sullen supplianten haren bewijslicken schade particulierlick tegens den naesten hebben in te brengen, om daer op gelet en wijders nae bevinden en gelegentleijk daerop gedisponeert te worden'.

Bron: Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv.nr. 2303 ongefolieerd (foto 113).

7 april 1671: De drost van Bredevoort vraagt om reparatie van het kasteel en vertelt 'hoe dat voor eenige jaeren het casteel aldaer opgesprongen sijnde, door den blicxem die in het polver geraeckt' waardoor hij geen verblijf had. De staet van de domeinen laat het echter niet toe. De Nassause Domeinen adviseren aan de hof van Gelre dat 'glt. Casteel ten eenen mael mochte worden gedemoliert, de graften nu bij na toe sijnde geheel gevult en alsoo dan effen gemaeckt sijnde, dit plein voor het meeste gedeelte wierde verkoft om huisen daer op te timmeren'. Van de opbrengsten kan dan hopelijk een huis voor de drost worden gebouwd.

Bron: Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv.nr. 2303 ongefolieerd (foto 127).

21 oktober 1671: Het hof van Gelderland vraagt aan de Nassause Domeinen om geld voor houwelen en kruiwagens om het kasteel te slopen.

Bron: Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv.nr. 2303 ongefolieerd (foto 131).

1 april 1676: Georgh Lodewigh Moesbunger (?) luitenant onder de comp. van de heer Cap. Frederich van Keppel geeft aan dat hij opdracht had voor het 'slegten van het casteel tot Bredefort' en dat hij 'van den 16 octob. 1671 tot den 19 martij 1672 daerover en aengeweest, oock geduijrende den voors. tijt daermede sich sodanigh besich gehouden, dat sijn tochten en wachten heeft moeten besteeden alles ten eijnde die demolitie van 't voors. casteel op 't spoedigste mocht volbracht worden'. Voor reparatie van zijn materiaal heeft hij boven hetgeen hem betaald werd 2 gulden en 5 stuivers betaald. Dat geld heeft hij nog niet teruggekregen en dat wil hij nu van de rekenkamer van Arnhem.

Bron: Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv.nr. 2303 ongefolieerd (foto 132).

Haersolte

Anthony van Haersolte, het zoontje van de drost, was als enige van de familie afwezig op die zondagmiddag. Hierdoor overleefde hij de ramp. Bij zijn bruiloft werd later het volgende gedicht voorgedragen:

Haersolte, die ter goeder uur
Bewaart zijt, toen het bliksemvuur
Gemengt met ijsselijken donder
't Brevoortsche slot verplette en onder
Dien puinhoop al uw naaste bloet
Ten hemel voer in buskruit gloet...