Hoetink
Hoetink (vroeger: Huetinck, Hoetinck) is een boerderij in de buurtschap Corle onder Winterswijk. Het was een leengoed van het hof van Arnhem.
Eigenaren
29 januari 1617: Joist Lebbinck, wed. Johan Thiebens, mit Reiner Grievinck haren schoonsoon als momber, verklaarde naedem tusschen den gebruederen sal. Johan Thiebens, als nemblich Gerhardt, Herman, Bernhardt, und kinderen zal. Diederich Thiebens eens: und Joist Lebbinck wed. glt. Johans Thieben anderdeels, wegens desselven nalatenschap een compromis geholden. Die gebruederen dat erf Huetinck toegevallen aber uth derselven erve Huetinck noch ses molder roggen jaerlicx Joannis Oldenzael verschreven. Die weduwe is die gebruederen daertoe nog 300 dall schuldig en geeft daarvoor het erf en guet Geerdes in Miste in pandschap.
23 april 1621: Hermannus und Bernhardt Theben, gebroederen, voorts Johan Theben Gerritszoon, voor sich en hun huisvrouwen, mede namens Johan Theben, Derrickszoon, Derick Taecken, met sijn bij wijlen Catharina Theben getuigte kinderen, und Johan Debbinck X Anna Theben, verkopen aan Evert Venderbusch X Alijth dat erf en guet Huetinck inden kerspel Wenterswick, buerschap Corle tusschen de Wochte und Buskinck gelegen, voorbeholden den thendheer zijn thenden en den leenheer geboerlicke leengerechtigheit, voorts heerendienst, und schattongh. Voorts verscheen Jodoca Lebbinck wed. Johan Theben, die gecaviert en gelaeft deses koips volkomen waer und waerhaft te zijn.
7 mei 1662: Gerritjen Venderbusch, wed. Collwagens, mede voor haar minderjarige kinderen, met Evert Colwagen en Gerrit Venderbusch, haar zoon en schoonzoon, verkopen aan Elisabeth Grievinck, weduwe van zal. Matthias van Elverfeldt, in zijn leven voogd tot Aalten, het erve en goed Hoetinck in het kerspel Winterswijk, buirschap Corle, aan het hof van Arnhem leenroerig, met alle rechten en bezwaar te weten de sackthijnden uit de landen alsmede de bloedigen thijnde ende een half schepel miscoorn aen den tijdtlicken pastoor van Wenterswick.