Toverij
Toverij (of de beschuldiging daarvan) kwam in de heerlijkheid Bredevoort regelmatig voor. In veel gevallen wordt degene die iemand anders van toverij beschuldigd, vervolgd wegens smaad.
Voorbeelden
Johan en Berend Mensinck
13 augustus 1614: Hendrick ten Lutken Esch uit Ratum verklaart dat Johan Mensinck en zijn zoon Berend Mensinck eerlijke mensen zijn en als hij in tegenstelling gesproken heeft over toverij of andere nadelige zaken dan was dat uit dronkenschap. Bron: ORA Bvt inv.nr. 387 fol. 33
Jasper Benninck
30 augustus 1617: Johan Geissinck beschuldigt als dat hij onlangs Jasper Benninck voor een tovenaer heeft uitgemaakt. Toen de ondervoogd Rotger Voogts hem wou arresteren heeft hij zich verzet waarbij Rotger Voogts gewond is geraakt. Om die reden is hij toen vastgezet. Johan wordt weer vrijgelaten op voorwaarde dat hij de kosten van zijn verblijf betaalt, aan de hoogheid een boete betaalt en aan Rotger Voogts een bedrag vanwege zijn smert, onkosten vertering en meistersloon. ORA Bvt inv.nr. 390 fol. 50.
Jan Welinck
8 mei 1634: Henrick Thomas en Jan Thomas staan in het protocol. Dat Jan Thomas Jan Welinck voor een tovenaer geschulden und miseratelick geslagen. ORA Bvt inv.nr. 25 ongefolieerd (foto 24v)